Stadhuis Maastricht Opening

't Stadhoes oftewel het Stadhuis van Maastricht.

Maastricht werd van 1284 tot 1794 door twee heren geregeerd, namelijk de prins-bisschop van Luik en de hertog van Brabant. Beide heren zonden om de twee jaar commissarissen naar Maastricht om recht in hoogste instantie te spreken én om wetten af te kondigen. Daarnaast benoemden zij het stadsbestuur, dat toen bestond uit een college van 28 leden.

Voordat in 1664 het stadhuis als bestuurscentrum in gebruik werd genomen, was het bestuur op drie plaatsen in de stad gehuisvest, namelijk in het Dinghuis (Kleine Staat), in de huizen De Lanscroon en De Liebaerd (Grote Staat) en in de Lakenhal die toen midden op de huidige Markt stond.

Dit ongemak en de bouwkundige toestand van de panden maakten het noodzakelijk een nieuw bestuurscentrum te bouwen: het stadhuis.

Sinds 1664 is het stadhuis op de Markt de zetel van het stadsbestuur. In dit gebouw bevinden zich de kamers van de burgemeester, de wethouders, de gemeentesecretaris en de adjunct-secretaris. Verder treft men er de raadzaal aan, waarin de Maastrichtse vroede vaderen één keer per maand vergaderen. In de overige vergaderruimten worden bijna dagelijks besprekingen gehouden met en van allerlei commissies en werkgroepen. Op de benedenverdieping is verder nog een ruimte die bestemd is voor representatieve doeleinden.

Wij gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website voor de bezoeker beter werkt. Daarnaast gebruiken wij o.a. cookies voor onze webstatistieken .